Vermenigvuldigings- en somregel
Linda gaat op reis. In haar tas zitten \(6\) spijkerbroeken, \(7\) T-shirts en \(3\) paar schoenen.
1p
Op hoeveel manieren kan Linda zich hiermee kleden?
○
\(\text{aantal} = 6 ⋅ 7 ⋅ 3 = 126\)
1p
In een pretpark zijn er \(5\) familieattracties, \(2\) waterattracties en \(3\) kinderattracties. Paulo gaat eerst in een familieattractie, dan in een kinderattractie en dan in een waterattractie.
1p
Op hoeveel manieren kan dat?
○
\(\text{aantal} = 5 ⋅ 3 ⋅ 2 = 30\)
1p
In een leerlingenraad zitten \(6\) derdeklassers, \(9\) vierdeklassers en \(3\) vijfdeklassers. De rector nodigt eerst een derdeklasser uit, en daarna een vierde- of een vijfdeklasser.
1p
Op hoeveel manieren kan dat?
○
\(\text{aantal} = 6 ⋅ (9 + 3) = 72\)
1p
Gegeven is het volgende wegendiagram.
1p
Op hoeveel manieren kun je van A naar D?
○
\(\text{aantal} = 4 ⋅ 2 ⋅ 4 = 32\)
1p
Gegeven is het volgende wegendiagram.
1p
Op hoeveel manieren kun je van A naar D?
○
Van A naar D via B of via C, dus
\(\text{aantal} = 3 ⋅ 2 + 4 ⋅ 4 = 22\)
1p
Gegeven is het volgende wegendiagram.
2p
Op hoeveel manieren kun je van A naar D?
○
Van A naar C kan rechtstreeks of via B, dus
\(\text{aantal}_{\text{AC}} = 4 ⋅ 2 + 2 = 10\)
1p
○
Van C naar D kan op \(3\) manieren, dus
\(\text{aantal}_{\text{AD}} = (4 ⋅ 2 + 2) ⋅ 3 = 10 ⋅ 3 = 30\)
1p
Blaise laat de schijven hieronder draaien. Nadat de schijven zijn uitgedraaid, wijzen de pijlen een getal van twee cijfers aan. Zo is hieronder het getal \(14\) aangegeven.
1p
Hoeveel getallen zijn er mogelijk?
○
\(\text{aantal} = 3 ⋅ 4 = 12\)
1p
Blaise laat de schijven hieronder draaien. Nadat de schijven zijn uitgedraaid, wijzen de pijlen een getal van drie cijfers aan. Zo is hieronder het getal \(584\) aangegeven.
2p
Hoeveel oneven getallen zijn er mogelijk?
○
Het laatste cijfer moet oneven zijn, dus \(1 \text{.}\)
1p
○
\(\text{aantal} = 5 ⋅ 5 ⋅ 1 = 25\)
1p
Blaise laat de schijven hieronder draaien. Nadat de schijven zijn uitgedraaid, wijzen de pijlen een getal van drie cijfers aan. Zo is hieronder het getal \(932\) aangegeven.
2p
Hoeveel getallen kleiner dan \(900\) zijn er mogelijk?
○
Het eerste cijfer moet \(3 \text{,}\) \(6 \text{,}\) \(7\) of \(8\) zijn, dus \(4\) mogelijkheden.
1p
○
\(\text{aantal} = 4 ⋅ 3 ⋅ 6 = 72\)
1p
Blaise laat de schijven hieronder draaien. Nadat de schijven zijn uitgedraaid, wijzen de pijlen een getal van vier cijfers aan. Zo is hieronder het getal \(2\,598\) aangegeven.
2p
Hoeveel getallen groter dan \(9\,600\) zijn er mogelijk?
○
Het eerste cijfer moet \(9\) zijn en het tweede cijfer moet \(6 \text{,}\) \(7 \text{,}\) \(8\) of \(9\) zijn.
1p
○
\(\text{aantal} = 1 ⋅ 4 ⋅ 3 ⋅ 5 = 60\)
1p
Blaise laat de schijven hieronder draaien. Nadat de schijven zijn uitgedraaid, wijzen de pijlen een getal van drie cijfers aan. Zo is hieronder het getal \(715\) aangegeven.
2p
Hoeveel getallen zijn mogelijk met aan het begin twee dezelfde cijfers?
○
De eerste twee schijven hebben de cijfers \(3 \text{,}\) \(4\) en \(7\) gemeenschappelijk, dat zijn dus \(3\) cijfers.
1p
○
\(\text{aantal} = 3 ⋅ 1 ⋅ 5 = 15\)
1p