Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen ganzen en meerkoeten in een meertje is gelijk aan \(3 : 11 \text{.}\) Er zijn in totaal \(84\) watervogels.

3p

Hoeveel ganzen zijn er minder dan meerkoeten?

In totaal zijn er \(3 + 11 = 14\) delen, dus
\(14 \text{ delen} = 84 \text{ } \text{watervogels} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {84 \over 14} = 6 \text{ } \text{watervogels} \text{.}\)

1p

Het verschil tussen ganzen en meerkoeten is \((11 - 3) = 8\) delen, dus er zijn
\(8 ⋅ 6 = 48\) minder ganzen dan meerkoeten.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen romans, naslagwerken en kinderboeken in een bibliotheek is gelijk aan \(6 : 10 : 3 \text{.}\) Er zijn \(18\) minder kinderboeken dan romans.

3p

Hoeveel boeken zijn er in totaal?

Het verschil tussen kinderboeken en romans is \((6 - 3) = 3\) delen, dus
\(3 \text{ delen} = 18 \text{ } \text{boeken} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {18 \over 3} = 6 \text{ } \text{boeken} \text{.}\)

1p

Er zijn \(6 + 10 + 3 = 19\) delen, dus in totaal zijn er
\(19 ⋅ 6 = 114\) boeken.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

In een bos zijn er \(5\) dennen per \(8\) eiken, en er zijn \(1\) dennen per \(2\) beuken. Er zijn in totaal \(80\) beuken.

4p

Hoeveel dennen zijn er in totaal?

dennen

\(5\)

\(1\)

\(5\)

eiken

\(8\)

\(8\)

beuken

\(2\)

\(10\)

1p

Er zijn \(10\) delen beuk, dus
\(10 \text{ delen} = 80 \text{ } \text{beuken} \text{.}\)

1p

Dus \(1 \text{ deel} = {80 \over 10} = 8 \text{ } \text{bomen} \text{.}\)

1p

Er zijn \(5\) delen den, dus in totaal zijn er
\(5 ⋅ 8 = 40\) dennen.

1p

003l 003m 003n