Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

In een bloemenveld zijn er \(5\) tulpen per \(2\) hyacinten. Er zijn \(15\) minder hyacinten dan tulpen.

3p

Hoeveel tulpen zijn er in totaal?

Het verschil tussen hyacinten en tulpen is \((5-2)=3\) delen, dus
\(3\text{ delen}=15\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={15 \over 3}=5\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Er zijn \(5\) delen tulp, dus in totaal zijn er
\(5⋅5=25\) tulpen.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 9ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen gitaardocenten, pianodocenten en viooldocenten op een muziekschool is gelijk aan \(3:4:5\text{.}\) Er zijn in totaal \(132\) docenten.

3p

Hoeveel gitaardocenten zijn er minder dan viooldocenten?

In totaal zijn er \(3+4+5=12\) delen, dus
\(12\text{ delen}=132\text{ }\text{docenten}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={132 \over 12}=11\text{ }\text{docenten}\text{.}\)

1p

Het verschil tussen gitaardocenten en viooldocenten is \((5-3)=2\) delen, dus er zijn
\(2⋅11=22\) minder gitaardocenten dan viooldocenten.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 4ms
Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen meerkoeten en ganzen in een meertje is gelijk aan \(4:7\) en de verhouding tussen eenden en meerkoeten is \(9:5\text{.}\) Er zijn in totaal \(252\) eenden.

4p

Hoeveel watervogels zijn er in totaal?

meerkoeten

\(4\)

\(5\)

\(20\)

ganzen

\(7\)

\(35\)

eenden

\(9\)

\(36\)

1p

Er zijn \(36\) delen eend, dus
\(36\text{ delen}=252\text{ }\text{eenden}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={252 \over 36}=7\text{ }\text{watervogels}\text{.}\)

1p

Er zijn \(35+20+36=91\) delen, dus in totaal zijn er
\(91⋅7=637\) watervogels.

1p

003l 003m 003n