Verhoudingen

2s - 3 oefeningen

VerhoudingTweeGroepen
003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms
Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

In een museum zijn er \(4\) tekeningen per \(9\) beelden. Er zijn in totaal \(126\) beelden.

3p

Hoeveel tekeningen zijn er in totaal?

Er zijn \(9\) delen beeld, dus
\(9\text{ delen}=126\text{ }\text{beelden}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={126 \over 9}=14\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\)

1p

Er zijn \(4\) delen tekening, dus in totaal zijn er
\(4⋅14=56\) tekeningen.

1p

VerhoudingDrieGroepen
003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 5ms
Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen hyacinten, tulpen en narcissen in een bloemenveld is gelijk aan \(7:3:9\text{.}\) Er zijn \(60\) meer narcissen dan tulpen.

3p

Hoeveel bloemen zijn er in totaal?

Het verschil tussen narcissen en tulpen is \((9-3)=6\) delen, dus
\(6\text{ delen}=60\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={60 \over 6}=10\text{ }\text{bloemen}\text{.}\)

1p

Er zijn \(7+3+9=19\) delen, dus in totaal zijn er
\(19⋅10=190\) bloemen.

1p

VerhoudingTweeKeerTweeGroepen
003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms
Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A - 1.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1 Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A - 3.1

De verhouding tussen vmbo-ers en vwo-ers op een scholengemeenschap is gelijk aan \(11:5\) en de verhouding tussen havisten en vwo-ers is \(4:1\text{.}\) Er zijn in totaal \(252\) leerlingen.

4p

Hoeveel havisten zijn er meer dan vwo-ers?

vmbo-ers

\(11\)

\(11\)

vwo-ers

\(5\)

\(1\)

\(5\)

havisten

\(4\)

\(20\)

1p

In totaal zijn er \(11+5+20=36\) delen, dus
\(36\text{ delen}=252\text{ }\text{leerlingen}\text{.}\)

1p

Dus \(1\text{ deel}={252 \over 36}=7\text{ }\text{leerlingen}\text{.}\)

1p

Het verschil tussen havisten en vwo-ers is \((20-5)=15\) delen, dus er zijn
\(15⋅7=105\) meer havisten dan vwo-ers.

1p

003l 003m 003n