Stijgen en dalen
Zie onderstaande grafiek.
4p
a
Geef de maxima en minima van de grafiek.
1p
b
Hoe groot is het verschil tussen het maximum bij \(\text{A}\) en het absolute minimum?
a
Het maximum bij \(\text{A}\) is \(30 \text{.}\)
Het minimum bij \(\text{B}\) is \(20 \text{.}\)
Het maximum bij \(\text{C}\) is \(40 \text{.}\)
Het minimum bij \(\text{D}\) is \(10 \text{.}\)
4p
b
Het verschil is dan \(30 - 10 = 20 \text{.}\)
1p
3p
Welke soorten stijgen en dalen herken je op het interval \([-1 , 7] \text{?}\)
○
afnemend stijgend op \(⟨-1 , 1⟩\)
toenemend dalend op \(⟨1 , 4⟩\)
afnemend dalend op \(⟨4 , 5⟩\)
toenemend stijgend op \(⟨5 , 7⟩\)
3p
3p
Welke soorten stijgen en dalen herken je?
○
afnemend dalend op \(⟨\leftarrow , -4⟩\)
toenemend stijgend op \(⟨-4 , -2⟩\)
afnemend stijgend op \(⟨-2 , 1⟩\)
toenemend dalend op \(⟨1 , \rightarrow ⟩\)
3p