Statistische variabelen
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Een manager van een kledingwinkel is bezig met de inkoop voor het nieuwe seizoen. Daarom heeft hij een maand lang, van ieder kledingstuk dat hij heeft verkocht, de kledingmaat genoteerd: extra small, small, medium, large of extra large.
○
De variabele 'kledingmaat van kledingstuk' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
In een vragenlijst over openbaar vervoer wordt gevraagd naar de woonplaats van de respondent, bijvoorbeeld Nijmegen of Haarlem.
○
De variabele 'gemeente van respondent' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.
1p
○
De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
In een enquête wordt gevraagd naar het aantal auto's per huishouden: 0, 1, 2 of '3 of meer'.
○
De variabele 'aantal auto's per huishouden' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('3 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
In een onderzoek van de ANWB wordt gevraagd naar het lidmaatschapnummer van de respondent, bijvoorbeeld 16861 of 35968.
○
De variabele 'lidmaatschapnummer van ANWB-lid' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.
1p
○
De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om het ANWB-lid te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Op de website booking.com kan een gast van een hotel met een aantal sterren aangeven hoe het hotel bevallen is: ☆, ☆☆, ☆☆☆, ☆☆☆☆ of ☆☆☆☆☆.
○
De variabele 'beoordeling van hotel' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).
1p
○
De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Henrik gooit steeds met drie dobbelstenen en telt bij iedere worp het aantal ogen, bijvoorbeeld \(6\) of \(18 \text{.}\)
○
De variabele 'aantal ogen per worp' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.
1p
○
De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(10{,}6\) geen mogelijke waarde voor het aantal ogen.
1p
Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.
2p
Jan meet de lengte van alle docenten van zijn school, bijvoorbeeld \(187\) of \(211\) centimeter.
○
De variabele 'lichaamslengte van docent in cm' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.
1p
○
De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.
1p