Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen Duitsers en Belgen op een vakantiepark is gelijk aan \(4 : 11 \text{.}\) Er zijn in totaal \(225\) gasten. 3p Hoeveel Duitsers zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ In totaal zijn er \(4 + 11 = 15\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {225 \over 15} = 15 \text{ } \text{gasten} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(4\) delen Duitser, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen pianodocenten, viooldocenten en gitaardocenten op een muziekschool is gelijk aan \(4 : 10 : 9 \text{.}\) Er zijn in totaal \(20\) pianodocenten. 3p Hoeveel pianodocenten zijn er minder dan viooldocenten? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 5ms ○ Er zijn \(4\) delen pianodocent, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {20 \over 4} = 5 \text{ } \text{docenten} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen pianodocenten en viooldocenten is \((10 - 4) = 6\) delen, dus er zijn 1p opgave 3In een snoeppot zijn er \(3\) zuurtjes per \(5\) lolly's, en er zijn \(11\) dropjes per \(2\) zuurtjes. Er zijn \(324\) minder zuurtjes dan dropjes. 4p Hoeveel snoepjes zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 1ms ○
1p ○ Het verschil tussen zuurtjes en dropjes is \((33 - 6) = 27\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {324 \over 27} = 12 \text{ } \text{snoepjes} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(10 + 6 + 33 = 49\) delen, dus in totaal zijn er 1p |