Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1In een snoeppot zijn er \(2\) dropjes per \(7\) lolly's. Er zijn in totaal \(90\) snoepjes. 3p Hoeveel lolly's zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms ○ In totaal zijn er \(2 + 7 = 9\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {90 \over 9} = 10 \text{ } \text{snoepjes} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(7\) delen lolly, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen tulpen, narcissen en hyacinten in een bloemenveld is gelijk aan \(3 : 10 : 7 \text{.}\) Er zijn \(98\) minder tulpen dan narcissen. 3p Hoeveel bloemen zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms ○ Het verschil tussen tulpen en narcissen is \((10 - 3) = 7\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {98 \over 7} = 14 \text{ } \text{bloemen} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(3 + 10 + 7 = 20\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 3De verhouding tussen havisten en vwo-ers op een scholengemeenschap is gelijk aan \(3 : 4\) en de verhouding tussen vwo-ers en vmbo-ers is \(5 : 9 \text{.}\) Er zijn in totaal \(360\) vmbo-ers. 4p Hoeveel vwo-ers zijn er meer dan havisten? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Er zijn \(36\) delen vmbo-er, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {360 \over 36} = 10 \text{ } \text{leerlingen} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen vwo-ers en havisten is \((20 - 15) = 5\) delen, dus er zijn 1p |