Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde C
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen vmbo-ers en vwo-ers op een scholengemeenschap is gelijk aan \(5 : 7 \text{.}\) Er zijn \(18\) minder vmbo-ers dan vwo-ers. 3p Hoeveel leerlingen zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Het verschil tussen vmbo-ers en vwo-ers is \((7 - 5) = 2\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {18 \over 2} = 9 \text{ } \text{leerlingen} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(5 + 7 = 12\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen fietsen, motoren en auto's op een veerboot is gelijk aan \(11 : 3 : 5 \text{.}\) Er zijn in totaal \(247\) voertuigen. 3p Hoeveel fietsen zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 4ms ○ In totaal zijn er \(11 + 3 + 5 = 19\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {247 \over 19} = 13 \text{ } \text{voertuigen} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(11\) delen fiets, dus in totaal zijn er 1p opgave 3In een meertje zijn er \(7\) meerkoeten per \(3\) ganzen, en er zijn \(1\) eenden per \(2\) ganzen. Er zijn in totaal \(140\) meerkoeten. 4p Hoeveel eenden zijn er minder dan ganzen? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Er zijn \(14\) delen meerkoet, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {140 \over 14} = 10 \text{ } \text{watervogels} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen eenden en ganzen is \((6 - 3) = 3\) delen, dus er zijn 1p |