Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1Op een sportclub zijn er \(3\) senioren per \(10\) volwassenen. Er zijn in totaal \(130\) volwassenen. 3p Hoeveel leden zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Er zijn \(10\) delen volwassene, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {130 \over 10} = 13 \text{ } \text{leden} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(3 + 10 = 13\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen viooldocenten, pianodocenten en gitaardocenten op een muziekschool is gelijk aan \(11 : 5 : 3 \text{.}\) Er zijn \(20\) meer pianodocenten dan gitaardocenten. 3p Hoeveel gitaardocenten zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 4ms ○ Het verschil tussen pianodocenten en gitaardocenten is \((5 - 3) = 2\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {20 \over 2} = 10 \text{ } \text{docenten} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(3\) delen gitaardocent, dus in totaal zijn er 1p opgave 3De verhouding tussen tekeningen en beelden in een museum is gelijk aan \(5 : 11\) en de verhouding tussen tekeningen en schilderijen is \(1 : 4 \text{.}\) Er zijn in totaal \(396\) kunstwerken. 4p Hoeveel tekeningen zijn er minder dan beelden? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ In totaal zijn er \(11 + 5 + 20 = 36\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {396 \over 36} = 11 \text{ } \text{kunstwerken} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen tekeningen en beelden is \((11 - 5) = 6\) delen, dus er zijn 1p |