Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen meerkoeten en ganzen in een meertje is gelijk aan \(5:2\text{.}\) Er zijn in totaal \(84\) watervogels. 3p Hoeveel meerkoeten zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ In totaal zijn er \(5+2=7\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={84 \over 7}=12\text{ }\text{watervogels}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(5\) delen meerkoet, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen dennen, eiken en beuken in een bos is gelijk aan \(10:3:7\text{.}\) Er zijn \(24\) meer dennen dan beuken. 3p Hoeveel bomen zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms ○ Het verschil tussen dennen en beuken is \((10-7)=3\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={24 \over 3}=8\text{ }\text{bomen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(10+3+7=20\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 3Op een vakantiepark zijn er \(5\) Duitsers per \(7\) Belgen, en er zijn \(4\) Nederlanders per \(1\) Duitsers. Er zijn in totaal \(25\) Duitsers. 4p Hoeveel Nederlanders zijn er meer dan Belgen? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Er zijn \(5\) delen Duitser, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={25 \over 5}=5\text{ }\text{gasten}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen Nederlanders en Belgen is \((20-7)=13\) delen, dus er zijn 1p |