Getal & Ruimte (13e editie) - vwo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| vwo wiskunde A | 3.1 Breuken en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen tekeningen en beelden in een museum is gelijk aan \(3:5\text{.}\) Er zijn in totaal \(80\) kunstwerken. 3p Hoeveel beelden zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ In totaal zijn er \(3+5=8\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={80 \over 8}=10\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(5\) delen beeld, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen zuurtjes, lolly's en dropjes in een snoeppot is gelijk aan \(9:4:8\text{.}\) Er zijn in totaal \(56\) dropjes. 3p Hoeveel dropjes zijn er minder dan zuurtjes? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 5ms ○ Er zijn \(8\) delen dropje, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={56 \over 8}=7\text{ }\text{snoepjes}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen dropjes en zuurtjes is \((9-8)=1\) deel, dus er zijn 1p opgave 3De verhouding tussen Duitsers en Nederlanders op een vakantiepark is gelijk aan \(5:2\) en de verhouding tussen Belgen en Duitsers is \(3:1\text{.}\) Er zijn \(143\) meer Belgen dan Nederlanders. 4p Hoeveel gasten zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Het verschil tussen Belgen en Nederlanders is \((15-2)=13\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={143 \over 13}=11\text{ }\text{gasten}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(2+5+15=22\) delen, dus in totaal zijn er 1p |