Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(-1, -9)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-8x-2y=-4\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 3ms

\(k\parallel l\text{,}\) dus \(l{:}\,-8x-2y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-8x-2y=c \\ \text{door }A(-1, -9)\end{rcases}c=-8⋅-1-2⋅-9=26\)
Dus \(l{:}\,-8x-2y=26\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.4 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,4x+2y=3\) en \(l{:}\,3x+4y=1\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 241ms - data pool: #928 (241ms)

\(\begin{cases}4x+2y=3 \\ 3x+4y=1\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}2 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}8x+4y=6 \\ 3x+4y=1\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(5x=5\) dus \(x=1\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}4x+2y=3 \\ x=1\end{rcases}\begin{matrix}4⋅1+2y=3 \\ 2y=-1 \\ y=-\frac{1}{2}\end{matrix}\)

1p

Dus \(S(1, -\frac{1}{2})\text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,2x-3y=5\) en \(l{:}\,y=-2x-3\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 41ms - data pool: #484 (41ms)

Substitutie geeft \(2x-3(-2x-3)=5\)

1p

\(2x+6x+9=5\)
\(8x=-4\)
Dus \(x=-\frac{1}{2}\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y=-2x-3 \\ x=-\frac{1}{2}\end{rcases}y=-2⋅-\frac{1}{2}-3=-2\)

1p

Dus \(S(-\frac{1}{2}, -2)\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,5x+8y=-4\) en \(l{:}\,6x+y=-2\text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l\text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,5x+8y=-4\) omschrijven geeft \(y=-\frac{5}{8}x-\frac{1}{2}\) dus \(\text{rc}_k=-\frac{5}{8}\text{.}\)
\(l{:}\,6x+y=-2\) omschrijven geeft \(y=-6x-2\) dus \(\text{rc}_l=-6\text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha )=-\frac{5}{8}\) geeft \(\alpha =\tan^{-1}(-\frac{5}{8})=-32{,}00...\degree\text{.}\)
\(\tan(\beta )=-6\) geeft \(\beta =\tan^{-1}(-6)=-80{,}53...\degree\text{.}\)

1p

\(\varphi =\alpha -\beta =-32{,}00...\degree--80{,}53...\degree=48{,}53...\degree\text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(48{,}5\degree\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2x+5y=-3\) en \(l{:}\,-6x-15y=6\text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 1ms

\(-\frac{2}{6}=-\frac{5}{15}≠-\frac{3}{6}\text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) zijn evenwijdig.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,4x-2y=1\) en \(l{:}\,px-\frac{2}{3}y=q\text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen samenvallen.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 2ms

\({4 \over p}={-2 \over -\frac{2}{3}}={1 \over q}\)

1p

\({4 \over p}={-2 \over -\frac{2}{3}}\) geeft \(p=1\frac{1}{3}\) en \({-2 \over -\frac{2}{3}}={1 \over q}\) geeft \(q=\frac{1}{3}\)

1p

Samenvallen, dus \(p=1\frac{1}{3}\) en \(q=\frac{1}{3}\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(2, -7)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,-x-3y=8\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

\(k\perp l\text{,}\) dus \(l{:}\,-3x+y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-3x+y=c \\ \text{door }A(2, -7)\end{rcases}c=-3⋅2+1⋅-7=-13\)
Dus \(l{:}\,-3x+y=-13\text{.}\)

1p

"