Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (-5 , 9)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,x + 6 y = -4 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

○

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,x + 6 y = c \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}x + 6 y = c \\ \text{door } A (-5 , 9)\end{rcases} c = 1 ⋅ -5 + 6 ⋅ 9 = 49\)
Dus \(l{:}\,x + 6 y = 49 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.4 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,5 x + 4 y = 0\) en \(l{:}\,x + 2 y = 3\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 182ms - data pool: #928 (182ms)

○

\(\begin{cases}5 x + 4 y = 0 \\ x + 2 y = 3\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}1 \\ 2\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}5 x + 4 y = 0 \\ 2 x + 4 y = 6\end{cases}\)

1p

○

Aftrekken geeft \(3 x = -6\) dus \(x = -2 \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}5 x + 4 y = 0 \\ x = -2\end{rcases} \begin{matrix}5 ⋅ -2 + 4 y = 0 \\ 4 y = 10 \\ y = 2\frac{1}{2}\end{matrix}\)

1p

○

Dus \(S (-2 , 2\frac{1}{2}) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,3 x - 2 y = 3\) en \(l{:}\,y = 3 x - 1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 25ms - data pool: #484 (24ms)

○

Substitutie geeft \(3 x - 2 (3 x - 1) = 3\)

1p

○

\(3 x - 6 x + 2 = 3\)
\(-3 x = 1\)
Dus \(x = -\frac{1}{3} \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}y = 3 x - 1 \\ x = -\frac{1}{3}\end{rcases} y = 3 ⋅ -\frac{1}{3} - 1 = -2\)

1p

○

Dus \(S (-\frac{1}{3} , -2) \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2 x + 4 y = -9\) en \(l{:}\,7 x + y = -8 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 0ms

○

\(k{:}\,2 x + 4 y = -9\) omschrijven geeft \(y = -\frac{1}{2} x - 2\frac{1}{4}\) dus \(\text{rc}_{k} = -\frac{1}{2} \text{.}\)
\(l{:}\,7 x + y = -8\) omschrijven geeft \(y = -7 x - 8\) dus \(\text{rc}_{l} = -7 \text{.}\)

1p

○

\(\tan(\alpha ) = -\frac{1}{2}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(-\frac{1}{2}) = -26{,}56...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -7\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-7) = -81{,}86...\degree \text{.}\)

1p

○

\(\varphi = \alpha - \beta = -26{,}56...\degree - -81{,}86...\degree = 55{,}30...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(55{,}3\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2 x - 5 y = -3\) en \(l{:}\,-6 x + 15 y = 4 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 0ms

○

\(-\frac{2}{6} = -\frac{5}{15} ≠ -\frac{3}{4} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) zijn evenwijdig.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + 2 y = q\) en \(l{:}\,\frac{1}{4} x + p y = -\frac{3}{4} \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen geen punt gemeenschappelijk hebben.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

○

\({1 \over \frac{1}{4}} = {2 \over p} = {q \over -\frac{3}{4}}\)

1p

○

\({1 \over \frac{1}{4}} = {2 \over p}\) geeft \(p = \frac{1}{2}\) en \({1 \over \frac{1}{4}} = {q \over -\frac{3}{4}}\) geeft \(q = -3\)

1p

○

Geen punt gemeenschappelijk, dus \(p = \frac{1}{2}\) en \(q ≠ -3 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (8 , -4)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,5 x - 7 y = 2 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

○

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,-7 x - 5 y = c \text{.}\)

1p

○

\(\begin{rcases}-7 x - 5 y = c \\ \text{door } A (8 , -4)\end{rcases} c = -7 ⋅ 8 - 5 ⋅ -4 = -36\)
Dus \(l{:}\,-7 x - 5 y = -36 \text{.}\)

1p

"