Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Formule van een lijn opstellen'.

2 havo/vwo 3.2 De formule van een lijn opstellen

Formule van een lijn opstellen (3)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (0 , 5)\) en heeft \(\text{rc}_{l} = -4 \text{.}\)

2p

Stel de formule van \(l\) op.

GegevenRcMetBeginpunt
000y - Formule van een lijn opstellen - basis - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = \text{rc}_{l} = -4\)

1p

Door \((0 , 5)\) dus \(b = 5 \text{,}\) en dus \(l{:}\,y = -4 x + 5\)

1p

opgave 2

5010015020025030050100150200Oxy

4p

Stel de formule op van de lijn.

Grafiek (1)
00my - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 3ms - data pool: #120 (3ms) - dynamic variables

\(y = a x + b \text{.}\)

1p

Door \((0 , 200) \text{,}\) dus \(b = 200 \text{.}\)

1p

\(a = {\text{verticaal} \over \text{horizontaal}} = {-100 \over 150} = -\frac{2}{3} \text{.}\)

1p

\(y = -\frac{2}{3} x + 200 \text{.}\)

1p

opgave 3

In een tuin wonen 20 vlinders, maar elke dag vertrekken er 3 naar elders.

3p

Stel de formule op van het aantal vlinders \(V\) in de tuin als functie van de tijd \(d\) in dagen.

Contextueel
00n9 - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 2ms

De beginwaarde is \(b = 20 \text{.}\)

1p

De verandering is \(a = -3 \text{.}\)

1p

De gevraagde formule is dus \(V = -3 d + 20 \text{.}\)

1p

3 havo 1.1 De formule y=ax+b

Formule van een lijn opstellen (3)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (0 , 4)\) en is evenwijdig met de lijn \(m{:}\,y = 7 x + 9 \text{.}\)

2p

Stel de formule van \(l\) op.

EvenwijdigMetBeginpunt
000z - Formule van een lijn opstellen - basis - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = \text{rc}_{l} = \text{rc}_{m} = 7\)

1p

Door \((0 , 4)\) dus \(b = 4 \text{,}\) en dus \(l{:}\,y = 7 x + 4\)

1p

opgave 2

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (9 , 4)\) en is evenwijdig met de lijn \(m{:}\,y = 5 - 8 x \text{.}\)

3p

Stel de formule van \(l\) op.

EvenwijdigMetPunt
0010 - Formule van een lijn opstellen - basis - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = \text{rc}_{l} = \text{rc}_{m} = -8\)

1p

\(\begin{rcases}y = -8 x + b \\ \text{door } A (9 , 4)\end{rcases} \begin{matrix}-8 ⋅ 9 + b = 4 \\ -72 + b = 4 \\ b = 76\end{matrix}\)

1p

Dus \(l{:}\,y = -8 x + 76\)

1p

opgave 3

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (8 , 3)\) en heeft \(\text{rc}_{l} = 6 \text{.}\)

3p

Stel de formule van \(l\) op.

GegevenRcMetPunt
0011 - Formule van een lijn opstellen - basis - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = \text{rc}_{l} = 6\)

1p

\(\begin{rcases}y = 6 x + b \\ \text{door } A (8 , 3)\end{rcases} \begin{matrix}6 ⋅ 8 + b = 3 \\ 48 + b = 3 \\ b = -45\end{matrix}\)

1p

Dus \(l{:}\,y = 6 x - 45\)

1p

havo wiskunde B 1.2 Een lijn door twee gegeven punten

Formule van een lijn opstellen (6)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door de punten \(A (-3 , 22)\) en \(B (-1 , 10) \text{.}\)

3p

Stel de formule van \(l\) op.

TweePunten (1)
0012 - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 1ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = {\Delta y \over \Delta x} = {10 - 22 \over -1 - -3} = -6\)

1p

\(\begin{rcases}y = -6 x + b \\ \text{door } A (-3 , 22)\end{rcases} \begin{matrix}-6 ⋅ -3 + b = 22 \\ 18 + b = 22 \\ b = 4\end{matrix}\)

1p

Dus \(l{:}\,y = -6 x + 4\)

1p

opgave 2

\(y\) is een lineaire functie van \(x \text{.}\)
Voor \(x = -7\) is \(y = -20\) en voor \(x = 4\) is \(y = 2 \text{.}\)

3p

Druk \(y\) uit in \(x \text{.}\)

TweePunten (2)
0013 - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 0ms - dynamic variables

\(y = a x + b\) met \(a = {\Delta y \over \Delta x} = {2 - -20 \over 4 - -7} = 2\)

1p

\(\begin{rcases}y = 2 x + b \\ \text{door } A (-7 , -20)\end{rcases} \begin{matrix}2 ⋅ -7 + b = -20 \\ -14 + b = -20 \\ b = -6\end{matrix}\)

1p

Dus \(y = 2 x - 6\)

1p

opgave 3

De lijn \(l\) gaat door de punten \(A (-7 , -4)\) en \(B (3 , -4) \text{.}\)

3p

Stel de formule van \(l\) op.

TweePuntenHorizontaal
0014 - Formule van een lijn opstellen - pro - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = {\Delta y \over \Delta x} = {-4 - -4 \over 3 - -7} = {0 \over 10} = 0\)

1p

\(\begin{rcases}y = b \\ \text{door } A (-7 , -4)\end{rcases} \begin{matrix}b = -4\end{matrix}\)

1p

Dus \(l{:}\,y = -4\)

1p

opgave 4

De lijn \(l\) gaat door de punten \(A (8 , -7)\) en \(B (8 , -6) \text{.}\)

3p

Stel de formule van \(l\) op.

TweePuntenVerticaal
0015 - Formule van een lijn opstellen - pro - 0ms

\(l{:}\,y = a x + b\) met \(a = {\Delta y \over \Delta x} = {-7 - -6 \over 8 - 8} = {-1 \over 0}\)

1p

Delen door 0 is niet gedefinieerd, het is dus een verticale lijn.

1p

Dus een verticale lijn met vergelijking \(l{:}\,x = 8\)

1p

opgave 5

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (4 , 8)\) en door de oorsprong.

2p

Stel de formule van \(l\) op.

Evenredig (1)
0017 - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 0ms

Door de oorsprong betekent dat \(b = 0 \text{,}\) dus \(l{:}\,y = a x\)

1p

\(\begin{rcases}y = a x \\ \text{door } A (4 , 8)\end{rcases} \begin{matrix}a ⋅ 4 = 8 \\ a = 2\end{matrix}\)
Dus \(y = 2 x \text{.}\)

1p

opgave 6

024681012-20246810121416xy

4p

Stel bij de grafiek de formule op in de vorm \(y = a x + b \text{.}\)

Grafiek (2)
008t - Formule van een lijn opstellen - gevorderd - 20ms - dynamic variables

Rasterpunten \((2 , 12)\) en \((10 , 2)\) aflezen.

1p

\(y = a x + b\) met \(a = {\Delta y \over \Delta x} = {2 - 12 \over 10 - 2} = -1{,}25\)

1p

\(\begin{rcases}y = -1{,}25 x + b \\ \text{door } A (2 , 12)\end{rcases} \begin{matrix}-1{,}25 ⋅ 2 + b = 12 \\ -2{,}5 + b = 12 \\ b = 14{,}5\end{matrix}\)

1p

Dus \(y = -1{,}25 x + 14{,}5\)

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Formule van een lijn opstellen (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (4 , 6)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,y = -1\frac{2}{3} x - 1 \text{.}\)

2p

Stel de formule van \(l\) op.

LoodrechtMetPunt
00bg - Formule van een lijn opstellen - basis - 1ms

\(\begin{rcases}k \perp l \text{, dus } \text{rc}_{k} ⋅ \text{rc}_{l} = -1 \\ \text{rc}_{k} = -1\frac{2}{3}\end{rcases} \text{rc}_{l} = \frac{3}{5}\)

1p

\(\begin{rcases}y = \frac{3}{5} x + b \\ \text{door } A (4 , 6)\end{rcases} \begin{matrix}6 = \frac{3}{5} ⋅ 4 + b \\ 6 = 2\frac{2}{5} + b \\ b = 3\frac{3}{5}\end{matrix}\)
Dus \(l{:}\,y = \frac{3}{5} x + 3\frac{3}{5} \text{.}\)

1p

"