Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'De vergelijking van een lijn'.

3 havo 1.6 Vergelijkingen met twee variabelen

De vergelijking van een lijn (6)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,15x+26y=65\text{.}\)

2p

Bereken de coördinaten van de snijpunten met de \(x\text{-}\)as en de \(y\text{-}\)as.

SnijpuntenMetAssen
00bi - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

Voor het snijpunt met de \(x\text{-}\)as geldt \(y=0\text{,}\)
\(15x+26⋅0=65\) geeft \(x=4\frac{1}{3}\text{,}\) dus \((4\frac{1}{3}, 0)\text{.}\)

1p

Voor het snijpunt met de \(y\text{-}\)as geldt \(x=0\text{,}\)
\(15⋅0+26y=65\) geeft \(y=2\frac{1}{2}\text{,}\) dus \((0, 2\frac{1}{2})\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven is de lijn \(l{:}\,5x+9y=8\text{.}\)

1p

Onderzoek of het punt \(A(3, -\frac{4}{9})\) op \(l\) ligt.

LigtPuntOpLijn
00bj - De vergelijking van een lijn - basis - basis - 1ms

\(A(3, -\frac{4}{9})\) invullen geeft \(5⋅3+9⋅-\frac{4}{9}=11≠8\)
Klopt niet, dus \(A\) ligt niet op \(l\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,3x-9y=-7\text{.}\)

1p

Maak de variabele \(x\) vrij.

VariabeleVrijmaken
00bm - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

Herleiden geeft
\(3x-9y=-7\)
\(3x=9y-7\)
\(x=3y-2\frac{1}{3}\text{.}\)

1p

opgave 4

Gegeven is de lijn \(l{:}\,ax+4y=69\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) gaat \(l\) door het punt \(A(9, 6)\text{?}\)

CoefficientBijGegevenPunt (1)
00nj - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}ax+4y=69 \\ \text{door }A(9, 6)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅9+4⋅6=69\end{matrix}\)

1p

\(9a+24=69\)
\(9a=45\)
\(a=5\text{.}\)

1p

opgave 5

Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,3x+8y=5\text{.}\)

2p

Bereken de richtingscoëfficiënt van de lijn \(l\text{.}\)

RichtingscoefficientBerekenen
00nl - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms

Herleiden naar \(y=ax+b\) geeft
\(3x+8y=5\)
\(8y=-3x+5\)
\(y=-\frac{3}{8}x+\frac{5}{8}\text{.}\)

1p

Dus \(\text{rc}_l=-\frac{3}{8}\text{.}\)

1p

opgave 6

Gegeven is de lijn \(l{:}\,5x+4y=10\text{.}\)

3p

Teken de grafiek van \(l\text{.}\)

Tekenen
00nm - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(x\)

\(0\)

\(2\)

\(y\)

\(2\frac{1}{2}\)

\(0\)

1p

-6-5-4-3-2-1123456-6-5-4-3-2-1123456Oxy

2p

havo wiskunde B 1.3 De vergelijking ax+by=c

De vergelijking van een lijn (4)

opgave 1

Gegeven is de formule \(l{:}\,y=-4x-\frac{2}{3}\text{.}\)

2p

Schrijf de formule in de vorm \(ax+by=c\) met \(a\text{,}\) \(b\) en \(c\) gehele getallen.

FormuleNaarVergelijking
00bn - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms

Uit \(y=-4x-\frac{2}{3}\) volgt \(4x+y=-\frac{2}{3}\text{.}\)

1p

Vermenigvuldigen met \(3\) geeft
\(12x+3y=-2\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven is de lijn \(l{:}\,-6x+2y=-46\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(a, -8)\) op \(l\text{?}\)

GegevenXofYCoordinaat (1)
00nh - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}-6x+2y=-46 \\ \text{door }A(a, -8)\end{rcases}\begin{matrix}-6⋅a+2⋅-8=-46\end{matrix}\)

1p

\(-6a-16=-46\)
\(-6a=-30\)
\(a=5\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven is de lijn \(l{:}\,-7x+2y=43\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) is \((x, y)=(a, 4)\) een oplossing van de vergelijking van \(l\text{?}\)

GegevenXofYCoordinaat (2)
00ni - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}-7x+2y=43 \\ (x, y)=(a, 4)\end{rcases}\begin{matrix}-7⋅a+2⋅4=43\end{matrix}\)

1p

\(-7a+8=43\)
\(-7a=35\)
\(a=-5\text{.}\)

1p

opgave 4

Gegeven is de lijn \(l{:}\,-2x+6y=c\text{.}\)

2p

Voor welke \(c\) gaat \(l\) door het punt \(A(9, -4)\text{?}\)

CoefficientBijGegevenPunt (2)
00nk - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}-2x+6y=c \\ \text{door }A(9, -4)\end{rcases}\begin{matrix}-2⋅9+6⋅-4=c\end{matrix}\)

1p

\(c=-18-24=-42\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

De vergelijking van een lijn (1)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x+3y=-6\) en \(l{:}\,2x+4y=5\text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging
00bl - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 1ms

\(\frac{1}{2}≠\frac{3}{4}≠-\frac{6}{5}\text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) snijden.

1p

"