Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B

'Coëfficiënten in lineaire formules'.

3 havo 1.1 De formule y=ax+b

Coëfficiënten in lineaire formules (3)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=9x+b\text{.}\)

2p

Voor welke \(b\) gaat \(l\) door het punt \(A(-3, -33)\text{?}\)

GegevenPunt (2)
00mp - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}y=9x+b \\ \text{door }A(-3, -33)\end{rcases}\begin{matrix}9⋅-3+b=-33 \\ -27+b=-33 \\ b=-6\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(b=-6\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=-9x+8\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(-6, a)\) op \(l\text{?}\)

GegevenXCoordinaat
00mq - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - basis - 0ms

\(\begin{rcases}y=-9x+8 \\ \text{door }A(-6, a)\end{rcases}\begin{matrix}-9⋅-6+8=a \\ a=62\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=62\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=2x-5\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) ligt het punt \(A(a, 1)\) op \(l\text{?}\)

GegevenYCoordinaat
00mr - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - basis - 0ms

\(\begin{rcases}y=2x-5 \\ \text{door }A(a, 1)\end{rcases}\begin{matrix}2⋅a-5=1 \\ 2a=6 \\ a=3\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=3\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 1.1 Lineaire verbanden

Coëfficiënten in lineaire formules (6)

opgave 1

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=ax-4\text{.}\)

2p

Voor welke \(a\) gaat \(l\) door het punt \(A(-3, -19)\text{?}\)

GegevenPunt (1)
0016 - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

\(\begin{rcases}y=ax-4 \\ \text{door }A(-3, -19)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅-3-4=-19 \\ -3a=-15 \\ a=5\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=5\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=6x-3\) en \(l{:}\,y=ax-2\text{.}\)

1p

Voor welke \(a\) zijn \(k\) en \(l\) evenwijdig?

Evenwijdig
00ms - Coëfficiënten in lineaire formules - gevorderd - eind - 0ms

\(k\parallel l\text{,}\) dus \(a=\text{rc}_l=\text{rc}_k=6\text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=8x+b\) en \(l{:}\,y=ax+12\text{.}\)

3p

Voor welke \(a\) en \(b\) snijden de lijnen \(k\) en \(l\) elkaar in het punt \(S(2, -6)\text{?}\)

GegevenSnijpunt
00mt - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - midden - 0ms

\(\begin{rcases}y=8x+b \\ \text{door }S(2, -6)\end{rcases}\begin{matrix}8⋅2+b=-6 \\ 16+b=-6 \\ b=-22\end{matrix}\)

1p

\(\begin{rcases}y=ax+12 \\ \text{door }S(2, -6)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅2+12=-6 \\ 2a=-18 \\ a=-9\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=-9\) en \(b=-22\text{.}\)

1p

opgave 4

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=8x-72\) en \(l{:}\,y=ax-18\text{.}\)

3p

Voor welke \(a\) hebben de lijnen \(k\) en \(l\) hetzelfde snijpunt met de \(x\text{-}\)as?

ZelfdeSnijpuntXAs (1)
00mu - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

Het snijpunt van de lijn \(k\) met de \(x\text{-}\)as:
\(8x-72=0\)
\(8x=72\)
\(x=9\)
Dus \((9, 0)\text{.}\)

1p

Het snijpunt invullen in \(l\) geeft\(\begin{rcases}y=ax-18 \\ \text{door }(9, 0)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅9-18=0 \\ 9a=18 \\ a=2\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(a=2\text{.}\)

1p

opgave 5

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,y=9x-27\) en \(l{:}\,y=6x+b\text{.}\)

3p

Voor welke \(b\) hebben de lijnen \(k\) en \(l\) hetzelfde snijpunt met de \(x\text{-}\)as?

ZelfdeSnijpuntXAs (2)
00mv - Coëfficiënten in lineaire formules - basis - eind - 0ms

Het snijpunt van de lijn \(k\) met de \(x\text{-}\)as:
\(9x-27=0\)
\(9x=27\)
\(x=3\)
Dus \((3, 0)\text{.}\)

1p

Het snijpunt invullen in \(l\) geeft\(\begin{rcases}y=6x+b \\ \text{door }(3, 0)\end{rcases}\begin{matrix}6⋅3+b=0 \\ b=-18\end{matrix}\)

1p

Dus voor \(b=-18\text{.}\)

1p

opgave 6

Gegeven is de lijn \(l{:}\,y=ax+2\text{.}\)

1p

Is er een waarde van \(a\) waarvoor de lijn door de oorsprong gaat? Zo ja, wat is die waarde?

Oorsprong
00n8 - Coëfficiënten in lineaire formules - gevorderd - eind - 0ms

De lijn met formule \(y=ax+2\) snijdt voor iedere waarde van \(a\) de \(y\text{-}\)as in het punt \((0, 2)\text{.}\) Er is dus geen enkele waarde van \(a\) waarvoor de lijn door de oorsprong gaat.

1p

"