Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde B
'Afstand tussen punten, lijnen en cirkels'.
| havo wiskunde B | 7.2 Afstanden bij punten en lijnen |
opgave 1Gegeven zijn de punten \(A(3, -1)\) en \(B(-2, 0)\text{.}\) 1p Bereken exact de afstand tussen \(A\) en \(B\text{.}\) AfstandTussenTweePunten 00b2 - Afstand tussen punten, lijnen en cirkels - basis - 1ms ○ \(d(A, B)=\sqrt{(3--2)^2+(-1-0)^2}=\sqrt{25+1}=\sqrt{26}\text{.}\) 1p opgave 2Gegeven zijn het punt \(A(-5, 5)\) en de lijn \(l{:}\,-4x+2y=-5\text{.}\) 4p Bereken exact de afstand tussen \(A\) en \(l\text{.}\) AfstandTussenPuntEnLijn 00b3 - Afstand tussen punten, lijnen en cirkels - basis - 1ms - data pool: #1576 (120ms) ○ De lijn \(n\) gaat door \(A\) en staat loodrecht op \(l\text{.}\) 1p ○ \(l\) en \(n\) snijden geeft het punt \(S\text{.}\) 1p ○ \(\begin{rcases}-4x+2y=-5 \\ y=1\frac{1}{2}\end{rcases}\begin{matrix}-4x+2⋅1\frac{1}{2}=-5 \\ x=2\end{matrix}\) 1p ○ \(d(A, l)=d(A, S)=\sqrt{(-5-2)^2+(5-1\frac{1}{2})^2}=\sqrt{61\frac{1}{4}}\text{.}\) 1p |
|
| havo wiskunde B | 7.3 Cirkelvergelijkingen |
opgave 1Gegeven zijn het punt \(A(3, -2)\) en de lijn \(l{:}\,4x+2y=-2\text{.}\) 5p Stel een vergelijking op van de cirkel \(c\) met middelpunt \(A(3, -2)\) die de lijn \(l{:}\,4x+2y=-2\) raakt. OpstellenCirkelMetRaaklijn 00bw - Afstand tussen punten, lijnen en cirkels - basis - 0ms - data pool: #1576 (120ms) ○ De lijn \(n\) gaat door \(A\) en staat loodrecht op \(l\text{.}\) 1p ○ \(l\) en \(n\) snijden geeft het punt \(S\text{.}\) 1p ○ \(\begin{rcases}4x+2y=-2 \\ y=-3\end{rcases}\begin{matrix}4x+2⋅-3=-2 \\ x=1\end{matrix}\) 1p ○ \(d(A, l)=d(A, S)=\sqrt{(3-1)^2+(-2--3)^2}=\sqrt{5}\text{.}\) 1p ○ \(A(3, -2)\) en \(r=d(A, l)=\sqrt{5}\text{,}\) dus 1p |
|
| havo wiskunde B | 7.4 Afstanden en raaklijnen bij cirkels |
opgave 1Gegeven zijn de cirkel \(c{:}\,x^2+y^2-4x-8y+7=0\) en het punt \(A(4, 6)\text{.}\) 3p Bereken exact de afstand tussen \(c\) en \(A\text{.}\) AfstandTussenPuntEnCirkel 00b4 - Afstand tussen punten, lijnen en cirkels - basis - 2ms ○ Kwadraatafsplitsen geeft \((x-2)^2+(y-4)^2=13\) 1p ○ \(d(M, A)=\sqrt{(2-4)^2+(4-6)^2}=\sqrt{8}\text{.}\) 1p ○ Er geldt \(\sqrt{8}<\sqrt{13}\text{,}\) dus \(d(M, A)<r\) en dus 1p opgave 2Gegeven zijn de cirkel \(c{:}\,(x+3)^2+(y+2)^2=17\) en het punt \(A(-7, -3)\text{.}\) 3p Onderzoek met een berekening of het punt \(A\) op, binnen of buiten de cirkel \(c\) ligt. LiggingPuntTenOpzichteVanCirkel 00bd - Afstand tussen punten, lijnen en cirkels - basis - 1ms ○ \(M(-3, -2)\) en \(r=\sqrt{17}\text{.}\) 1p ○ \(d(M, A)=\sqrt{(-7--3)^2+(-3--2)^2}=\sqrt{17}\text{.}\) 1p ○ \(d(M, A)=r\text{,}\) dus \(A\) ligt op \(c\text{.}\) 1p |