Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen gitaardocenten en viooldocenten op een muziekschool is gelijk aan \(2:5\text{.}\) Er zijn \(33\) minder gitaardocenten dan viooldocenten. 3p Hoeveel viooldocenten zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Het verschil tussen gitaardocenten en viooldocenten is \((5-2)=3\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={33 \over 3}=11\text{ }\text{docenten}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(5\) delen viooldocent, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen Duitsers, Belgen en Nederlanders op een vakantiepark is gelijk aan \(7:10:2\text{.}\) Er zijn in totaal \(209\) gasten. 3p Hoeveel Nederlanders zijn er minder dan Belgen? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 5ms ○ In totaal zijn er \(7+10+2=19\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={209 \over 19}=11\text{ }\text{gasten}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen Nederlanders en Belgen is \((10-2)=8\) delen, dus er zijn 1p opgave 3In een museum zijn er \(7\) schilderijen per \(5\) tekeningen, en er zijn \(1\) tekeningen per \(2\) beelden. Er zijn in totaal \(56\) schilderijen. 4p Hoeveel kunstwerken zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Er zijn \(7\) delen schilderij, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={56 \over 7}=8\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(7+5+10=22\) delen, dus in totaal zijn er 1p |