Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen fietsen en auto's op een veerboot is gelijk aan \(2:11\text{.}\) Er zijn in totaal \(91\) voertuigen. 3p Hoeveel fietsen zijn er minder dan auto's? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms ○ In totaal zijn er \(2+11=13\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={91 \over 13}=7\text{ }\text{voertuigen}\text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen fietsen en auto's is \((11-2)=9\) delen, dus er zijn 1p opgave 2De verhouding tussen havisten, vmbo-ers en vwo-ers op een scholengemeenschap is gelijk aan \(11:10:3\text{.}\) Er zijn in totaal \(140\) vmbo-ers. 3p Hoeveel leerlingen zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 9ms ○ Er zijn \(10\) delen vmbo-er, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={140 \over 10}=14\text{ }\text{leerlingen}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(11+10+3=24\) delen, dus in totaal zijn er 1p opgave 3In een museum zijn er \(1\) tekeningen per \(3\) schilderijen, en er zijn \(11\) beelden per \(2\) tekeningen. Er zijn \(25\) minder schilderijen dan beelden. 4p Hoeveel schilderijen zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 4ms ○
1p ○ Het verschil tussen schilderijen en beelden is \((11-6)=5\) delen, dus 1p ○ Dus \(1\text{ deel}={25 \over 5}=5\text{ }\text{kunstwerken}\text{.}\) 1p ○ Er zijn \(6\) delen schilderij, dus in totaal zijn er 1p |