Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen | |||||||||||
opgave 1De verhouding tussen laarzen en sandalen in een schoenwinkel is gelijk aan \(3 : 4 \text{.}\) Er zijn in totaal \(36\) sandalen. 3p Hoeveel laarzen zijn er minder dan sandalen? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 1ms ○ Er zijn \(4\) delen sandaal, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {36 \over 4} = 9 \text{ } \text{schoenen} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen laarzen en sandalen is \((4 - 3) = 1\) deel, dus er zijn 1p opgave 2De verhouding tussen ganzen, meerkoeten en eenden in een meertje is gelijk aan \(6 : 7 : 2 \text{.}\) Er zijn in totaal \(135\) watervogels. 3p Hoeveel eenden zijn er in totaal? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 4ms ○ In totaal zijn er \(6 + 7 + 2 = 15\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {135 \over 15} = 9 \text{ } \text{watervogels} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(2\) delen eend, dus in totaal zijn er 1p opgave 3De verhouding tussen beelden en schilderijen in een museum is gelijk aan \(1 : 4\) en de verhouding tussen tekeningen en beelden is \(7 : 3 \text{.}\) Er zijn \(56\) minder beelden dan tekeningen. 4p Hoeveel kunstwerken zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Het verschil tussen beelden en tekeningen is \((7 - 3) = 4\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {56 \over 4} = 14 \text{ } \text{kunstwerken} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(12 + 3 + 7 = 22\) delen, dus in totaal zijn er 1p |