Getal & Ruimte (13e editie) - havo wiskunde A

'Statistische variabelen'.

havo wiskunde A 2.2 Data verzamelen

Statistische variabelen (7)

opgave 1

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

Bij een enquête onder 16-jarigen wordt gevraagd naar de opleiding: VMBO, HAVO of VWO.

Klassificatie (1)
00le - Statistische variabelen - basis - 39ms

a

De variabele 'opleiding van 16-jarige' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Samira en Isa doen voor hun profielwerkstuk onderzoek naar het aantal keer dat leerlingen in de 4e klas van de middelbare school per week een sportschool bezoeken, bijvoorbeeld \(5\) of \(9 \text{.}\)

Klassificatie (6)
00lf - Statistische variabelen - basis - 1ms

b

De variabele 'aantal bezoeken per leerling' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

○

De variabele is discreet, omdat niet alle tussenliggende waarden mogelijk zijn. Zo is \(3{,}1\) geen mogelijke waarde voor het aantal bezoeken.

1p

2p

c

Op een inschrijfformulier voor een schoolreis wordt gevraagd naar de voornaam van de leerling, bijvoorbeeld Fleur of Romée.

Klassificatie (2)
00lj - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'voornaam van leerling' is kwalitatief, omdat deze niet in een getal wordt uitgedrukt.

1p

○

De variabele is nominaal, omdat er geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

d

In een vragenlijst wordt gevraagd naar het aantal boterhammen dat iemand per dag eet: 0, 1, 2, 3 of '4 of meer'.

Klassificatie (3)
00lk - Statistische variabelen - basis - 0ms

d

De variabele 'aantal boterhammen per persoon' is kwalitatief, omdat de laatste waarde ('4 of meer') geen getal is; je kunt er immers niet mee rekenen.

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

opgave 2

Geef in de volgende situaties aan welke statistische variabele wordt beschreven, en of deze nominaal, ordinaal, discreet of continu is. Licht je antwoord toe.

2p

a

De concierge houdt van iedere leerling het kluisnummer bij, bijvoorbeeld 546 of 1012.

Klassificatie (4)
00ll - Statistische variabelen - basis - 0ms

a

De variabele 'nummer van kluis' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar getallen zijn maar geen hoeveelheid aangeven; je zult bijvoorbeeld ook nooit de gemiddelde waarde berekenen.

1p

○

De variabele is nominaal, omdat de waarden willekeurig zijn toegekend (met als enige doel om de kluis te kunnen identificeren) en er dus geen logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

b

Op de website booking.com kan een gast van een hotel met een aantal sterren aangeven hoe het hotel bevallen is: ☆, ☆☆, ☆☆☆, ☆☆☆☆ of ☆☆☆☆☆.

Klassificatie (5)
00lm - Statistische variabelen - basis - 0ms

b

De variabele 'beoordeling van hotel' is kwalitatief, omdat de waarden weliswaar een aantal voorstellen, maar een mening weergeven en dus niet objectief meetbaar zijn (het is een schaalvraag).

1p

○

De variabele is ordinaal, omdat er een logische ordening zit in de waarden van de variabele.

1p

2p

c

Een garagebedrijf houdt bij na hoeveel jaar de accu in een benzineauto vervangen moet worden, bijvoorbeeld \(10\) of \(44\) jaar.

Klassificatie (7)
00na - Statistische variabelen - basis - 0ms

c

De variabele 'levenduur van accu in jaar' is kwantitatief, omdat de waarden hoeveelheden zijn die objectief meetbaar zijn.

1p

○

De variabele is continu, omdat alle tussenliggende hoeveelheden gemeten zouden kunnen worden.

1p

"