Getal & Ruimte (12e editie) - vwo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

vwo wiskunde B 4.vk Stelsels lineaire vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,x - 2 y = 4\) en \(l{:}\,5 x - 4 y = -1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 232ms - data pool: #928 (231ms)

\(\begin{cases}x - 2 y = 4 \\ 5 x - 4 y = -1\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}2 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}2 x - 4 y = 8 \\ 5 x - 4 y = -1\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(-3 x = 9\) dus \(x = -3 \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}x - 2 y = 4 \\ x = -3\end{rcases} \begin{matrix}1 ⋅ -3 - 2 y = 4 \\ -2 y = 7 \\ y = -3\frac{1}{2}\end{matrix}\)

1p

Dus \(S (-3 , -3\frac{1}{2}) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,2 x + 2 y = 1\) en \(l{:}\,y = -2 x - 3\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 33ms - data pool: #484 (33ms)

Substitutie geeft \(2 x + 2 (-2 x - 3) = 1\)

1p

\(2 x - 4 x - 6 = 1\)
\(-2 x = 7\)
Dus \(x = -3\frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y = -2 x - 3 \\ x = -3\frac{1}{2}\end{rcases} y = -2 ⋅ -3\frac{1}{2} - 3 = 4\)

1p

Dus \(S (-3\frac{1}{2} , 4) \text{.}\)

1p

vwo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (4)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,6 x - y = -7\) en \(l{:}\,5 x + 2 y = -8 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,6 x - y = -7\) omschrijven geeft \(y = 6 x + 7\) dus \(\text{rc}_{k} = 6 \text{.}\)
\(l{:}\,5 x + 2 y = -8\) omschrijven geeft \(y = -2\frac{1}{2} x - 4\) dus \(\text{rc}_{l} = -2\frac{1}{2} \text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha ) = 6\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(6) = 80{,}53...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -2\frac{1}{2}\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-2\frac{1}{2}) = -68{,}19...\degree \text{.}\)

1p

\(\varphi = \alpha - \beta = 80{,}53...\degree - -68{,}19...\degree = 148{,}73...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(180\degree - 148{,}73...\degree = 31{,}3\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (1 , -5)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-4 x + 9 y = -6 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,-4 x + 9 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-4 x + 9 y = c \\ \text{door } A (1 , -5)\end{rcases} c = -4 ⋅ 1 + 9 ⋅ -5 = -49\)
Dus \(l{:}\,-4 x + 9 y = -49 \text{.}\)

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,6 x - 2 y = 5\) en \(l{:}\,-18 x + 6 y = -15 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 1ms

\(-\frac{6}{18} = -\frac{2}{6} = -\frac{5}{15} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) vallen samen.

1p

opgave 4

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + p y = q\) en \(l{:}\,2 x - 6 y = 12 \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen samenvallen.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 2ms

\({1 \over 2} = {p \over -6} = {q \over 12}\)

1p

\({1 \over 2} = {p \over -6}\) geeft \(p = -3\) en \({1 \over 2} = {q \over 12}\) geeft \(q = 6\)

1p

Samenvallen, dus \(p = -3\) en \(q = 6 \text{.}\)

1p

vwo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (4 , 5)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,6 x - 9 y = -8 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,-9 x - 6 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-9 x - 6 y = c \\ \text{door } A (4 , 5)\end{rcases} c = -9 ⋅ 4 - 6 ⋅ 5 = -66\)
Dus \(l{:}\,-9 x - 6 y = -66 \text{.}\)

1p

"