Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(-9, 6)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-7x+2y=-5\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 3ms

\(k\parallel l\text{,}\) dus \(l{:}\,-7x+2y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-7x+2y=c \\ \text{door }A(-9, 6)\end{rcases}c=-7⋅-9+2⋅6=75\)
Dus \(l{:}\,-7x+2y=75\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.vk Lijnen en stelsels

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,x-2y=-2\) en \(l{:}\,3x-4y=-3\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 351ms - data pool: #928 (351ms)

\(\begin{cases}x-2y=-2 \\ 3x-4y=-3\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}2 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}2x-4y=-4 \\ 3x-4y=-3\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(-x=-1\) dus \(x=1\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}x-2y=-2 \\ x=1\end{rcases}\begin{matrix}1⋅1-2y=-2 \\ -2y=-3 \\ y=1\frac{1}{2}\end{matrix}\)

1p

Dus \(S(1, 1\frac{1}{2})\text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,2x+3y=-4\) en \(l{:}\,y=-2x+2\) snijden elkaar in het punt \(S\text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S\text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 43ms - data pool: #484 (42ms)

Substitutie geeft \(2x+3(-2x+2)=-4\)

1p

\(2x-6x+6=-4\)
\(-4x=-10\)
Dus \(x=2\frac{1}{2}\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y=-2x+2 \\ x=2\frac{1}{2}\end{rcases}y=-2⋅2\frac{1}{2}+2=-3\)

1p

Dus \(S(2\frac{1}{2}, -3)\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,7x-2y=5\) en \(l{:}\,8x-6y=1\text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l\text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,7x-2y=5\) omschrijven geeft \(y=3\frac{1}{2}x-2\frac{1}{2}\) dus \(\text{rc}_k=3\frac{1}{2}\text{.}\)
\(l{:}\,8x-6y=1\) omschrijven geeft \(y=1\frac{1}{3}x-\frac{1}{6}\) dus \(\text{rc}_l=1\frac{1}{3}\text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha )=3\frac{1}{2}\) geeft \(\alpha =\tan^{-1}(3\frac{1}{2})=74{,}05...\degree\text{.}\)
\(\tan(\beta )=1\frac{1}{3}\) geeft \(\beta =\tan^{-1}(1\frac{1}{3})=53{,}13...\degree\text{.}\)

1p

\(\varphi =\alpha -\beta =74{,}05...\degree-53{,}13...\degree=20{,}92...\degree\text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(20{,}9\degree\text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,3x-6y=5\) en \(l{:}\,9x-18y=15\text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 2ms

\(\frac{3}{9}=\frac{6}{18}=\frac{5}{15}\text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) vallen samen.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,2x-4y=q\) en \(l{:}\,\frac{2}{3}x+py=1\text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen samenvallen.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 3ms

\({2 \over \frac{2}{3}}={-4 \over p}={q \over 1}\)

1p

\({2 \over \frac{2}{3}}={-4 \over p}\) geeft \(p=-1\frac{1}{3}\) en \({2 \over \frac{2}{3}}={q \over 1}\) geeft \(q=3\)

1p

Samenvallen, dus \(p=-1\frac{1}{3}\) en \(q=3\text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A(8, 5)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,4x+6y=-3\text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(ax+by=c\text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k\perp l\text{,}\) dus \(l{:}\,6x-4y=c\text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}6x-4y=c \\ \text{door }A(8, 5)\end{rcases}c=6⋅8-4⋅5=28\)
Dus \(l{:}\,6x-4y=28\text{.}\)

1p

"