Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde B
'Lijnen en hun onderlinge ligging'.
| havo wiskunde B | 1.3 Stelsels vergelijkingen |
opgave 1De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (-4 , 9)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-3 x - 2 y = -5 \text{.}\) 2p Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\) VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig 00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms ○ \(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,-3 x - 2 y = c \text{.}\) 1p ○ \(\begin{rcases}-3 x - 2 y = c \\ \text{door } A (-4 , 9)\end{rcases} c = -3 ⋅ -4 - 2 ⋅ 9 = -6\) 1p |
|
| havo wiskunde B | 7.vk Lijnen en stelsels |
opgave 1De lijnen \(k{:}\,4 x - 2 y = 1\) en \(l{:}\,5 x - 4 y = -4\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\) 4p Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\) SnijpuntVanTweeLijnen (1) 00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 182ms - data pool: #928 (182ms) ○ \(\begin{cases}4 x - 2 y = 1 \\ 5 x - 4 y = -4\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}2 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}8 x - 4 y = 2 \\ 5 x - 4 y = -4\end{cases}\) 1p ○ Aftrekken geeft \(3 x = 6\) dus \(x = 2 \text{.}\) 1p ○ \(\begin{rcases}4 x - 2 y = 1 \\ x = 2\end{rcases} \begin{matrix}4 ⋅ 2 - 2 y = 1 \\ -2 y = -7 \\ y = 3\frac{1}{2}\end{matrix}\) 1p ○ Dus \(S (2 , 3\frac{1}{2}) \text{.}\) 1p opgave 2De lijnen \(k{:}\,2 x - 2 y = -5\) en \(l{:}\,y = -2 x + 1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\) 4p Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\) SnijpuntVanTweeLijnen (2) 00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 25ms - data pool: #484 (24ms) ○ Substitutie geeft \(2 x - 2 (-2 x + 1) = -5\) 1p ○ \(2 x + 4 x - 2 = -5\) 1p ○ \(\begin{rcases}y = -2 x + 1 \\ x = -\frac{1}{2}\end{rcases} y = -2 ⋅ -\frac{1}{2} + 1 = 2\) 1p ○ Dus \(S (-\frac{1}{2} , 2) \text{.}\) 1p |
|
| havo wiskunde B | 7.1 Lijnen en hoeken |
opgave 1Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,3 x - 7 y = 2\) en \(l{:}\,x - 9 y = -5 \text{.}\) 3p Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig. HoekTussenTweeLijnen 00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 0ms ○ \(k{:}\,3 x - 7 y = 2\) omschrijven geeft \(y = \frac{3}{7} x - \frac{2}{7}\) dus \(\text{rc}_{k} = \frac{3}{7} \text{.}\) 1p ○ \(\tan(\alpha ) = \frac{3}{7}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(\frac{3}{7}) = 23{,}19...\degree \text{.}\) 1p ○ \(\varphi = \alpha - \beta = 23{,}19...\degree - 6{,}34...\degree = 16{,}85...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(16{,}9\degree \text{.}\) 1p opgave 2Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,5 x + 2 y = -1\) en \(l{:}\,10 x + 6 y = 3 \text{.}\) 1p Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden. OnderlingeLigging (1) 00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 0ms ○ \(\frac{5}{10} ≠ \frac{2}{6} ≠ -\frac{1}{3} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) snijden. 1p opgave 3Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,p x + 4 y = 2\) en \(l{:}\,x + \frac{4}{3} y = q \text{.}\) 3p Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen evenwijdig zijn. OnderlingeLigging (2) 00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms ○ \({p \over 1} = {4 \over \frac{4}{3}} = {2 \over q}\) 1p ○ \({p \over 1} = {4 \over \frac{4}{3}}\) geeft \(p = 3\) (en \({4 \over \frac{4}{3}} = {2 \over q}\) geeft \(q = \frac{2}{3} \text{)}\) 1p ○ Evenwijdig, dus \(p = 3\) en \(q\) mag elk getal zijn. 1p |
|
| havo wiskunde B | 7.2 Afstanden bij punten en lijnen |
opgave 1De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (-5 , -4)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,-2 x - 9 y = -6 \text{.}\) 2p Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\) VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht 00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms ○ \(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,-9 x + 2 y = c \text{.}\) 1p ○ \(\begin{rcases}-9 x + 2 y = c \\ \text{door } A (-5 , -4)\end{rcases} c = -9 ⋅ -5 + 2 ⋅ -4 = 37\) 1p |