Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde B

'Lijnen en hun onderlinge ligging'.

havo wiskunde B 1.3 Stelsels vergelijkingen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (8 , 7)\) en is evenwijdig aan de lijn \(k{:}\,-4 x - 2 y = 6 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenEvenwijdig
00bk - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 2ms

\(k \parallel l \text{,}\) dus \(l{:}\,-4 x - 2 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-4 x - 2 y = c \\ \text{door } A (8 , 7)\end{rcases} c = -4 ⋅ 8 - 2 ⋅ 7 = -46\)
Dus \(l{:}\,-4 x - 2 y = -46 \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.vk Lijnen en stelsels

Lijnen en hun onderlinge ligging (2)

opgave 1

De lijnen \(k{:}\,3 x + 2 y = 1\) en \(l{:}\,5 x + 4 y = 4\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (1)
00bs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 232ms - data pool: #928 (231ms)

\(\begin{cases}3 x + 2 y = 1 \\ 5 x + 4 y = 4\end{cases}\) \(\begin{vmatrix}2 \\ 1\end{vmatrix}\) geeft \(\begin{cases}6 x + 4 y = 2 \\ 5 x + 4 y = 4\end{cases}\)

1p

Aftrekken geeft \(x = -2\) dus \(x = -2 \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}3 x + 2 y = 1 \\ x = -2\end{rcases} \begin{matrix}3 ⋅ -2 + 2 y = 1 \\ 2 y = 7 \\ y = 3\frac{1}{2}\end{matrix}\)

1p

Dus \(S (-2 , 3\frac{1}{2}) \text{.}\)

1p

opgave 2

De lijnen \(k{:}\,3 x - 3 y = 5\) en \(l{:}\,y = 3 x - 1\) snijden elkaar in het punt \(S \text{.}\)

4p

Bereken de coördinaten van \(S \text{.}\)

SnijpuntVanTweeLijnen (2)
00bt - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 33ms - data pool: #484 (33ms)

Substitutie geeft \(3 x - 3 (3 x - 1) = 5\)

1p

\(3 x - 9 x + 3 = 5\)
\(-6 x = 2\)
Dus \(x = -\frac{1}{3} \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}y = 3 x - 1 \\ x = -\frac{1}{3}\end{rcases} y = 3 ⋅ -\frac{1}{3} - 1 = -2\)

1p

Dus \(S (-\frac{1}{3} , -2) \text{.}\)

1p

havo wiskunde B 7.1 Lijnen en hoeken

Lijnen en hun onderlinge ligging (3)

opgave 1

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,9 x + 4 y = 3\) en \(l{:}\,x + 7 y = -5 \text{.}\)

3p

Bereken de hoek tussen de lijnen \(k\) en \(l \text{.}\) Rond af op één decimaal nauwkeurig.

HoekTussenTweeLijnen
00be - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 1ms

\(k{:}\,9 x + 4 y = 3\) omschrijven geeft \(y = -2\frac{1}{4} x + \frac{3}{4}\) dus \(\text{rc}_{k} = -2\frac{1}{4} \text{.}\)
\(l{:}\,x + 7 y = -5\) omschrijven geeft \(y = -\frac{1}{7} x - \frac{5}{7}\) dus \(\text{rc}_{l} = -\frac{1}{7} \text{.}\)

1p

\(\tan(\alpha ) = -2\frac{1}{4}\) geeft \(\alpha = \tan^{-1}(-2\frac{1}{4}) = -66{,}03...\degree \text{.}\)
\(\tan(\beta ) = -\frac{1}{7}\) geeft \(\beta = \tan^{-1}(-\frac{1}{7}) = -8{,}13...\degree \text{.}\)

1p

\(\varphi = \alpha - \beta = -66{,}03...\degree - -8{,}13...\degree = -57{,}90...\degree \text{,}\) dus de gevraagde hoek is \(57{,}9\degree \text{.}\)

1p

opgave 2

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + 5 y = 3\) en \(l{:}\,-2 x - 10 y = 2 \text{.}\)

1p

Onderzoek of de lijnen samenvallen, evenwijdig zijn of snijden.

OnderlingeLigging (1)
00bl - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - basis - 1ms

\(-\frac{1}{2} = -\frac{5}{10} ≠ \frac{3}{2} \text{,}\) dus de lijnen \(k\) en \(l\) zijn evenwijdig.

1p

opgave 3

Gegeven zijn de lijnen \(k{:}\,x + p y = q\) en \(l{:}\,\frac{1}{3} x - \frac{5}{3} y = 2 \text{.}\)

3p

Bereken voor welke \(p\) en \(q\) de lijnen evenwijdig zijn.

OnderlingeLigging (2)
00rs - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - midden - 2ms

\({1 \over \frac{1}{3}} = {p \over -\frac{5}{3}} = {q \over 2}\)

1p

\({1 \over \frac{1}{3}} = {p \over -\frac{5}{3}}\) geeft \(p = -5\) (en \({1 \over \frac{1}{3}} = {q \over 2}\) geeft \(q = 6 \text{)}\)

1p

Evenwijdig, dus \(p = -5\) en \(q\) mag elk getal zijn.

1p

havo wiskunde B 7.2 Afstanden bij punten en lijnen

Lijnen en hun onderlinge ligging (1)

opgave 1

De lijn \(l\) gaat door het punt \(A (-4 , 3)\) en staat loodrecht op de lijn \(k{:}\,9 x - 5 y = -7 \text{.}\)

2p

Stel een vergelijking op van lijn \(l\) in de vorm \(a x + b y = c \text{.}\)

VergelijkingLijnOpstellenLoodrecht
00bf - Lijnen en hun onderlinge ligging - basis - eind - 1ms

\(k \perp l \text{,}\) dus \(l{:}\,-5 x - 9 y = c \text{.}\)

1p

\(\begin{rcases}-5 x - 9 y = c \\ \text{door } A (-4 , 3)\end{rcases} c = -5 ⋅ -4 - 9 ⋅ 3 = -7\)
Dus \(l{:}\,-5 x - 9 y = -7 \text{.}\)

1p

"