Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde B
'De vergelijking van een lijn'.
| 3 havo | 1.6 Vergelijkingen met twee variabelen | |||||
opgave 1Gegeven is de lijn \(l{:}\,4x+3y=6\text{.}\) 2p Bereken de coördinaten van de snijpunten met de \(x\text{-}\)as en de \(y\text{-}\)as. SnijpuntenMetAssen 00bi - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms ○ Voor het snijpunt met de \(x\text{-}\)as geldt \(y=0\text{,}\) 1p ○ Voor het snijpunt met de \(y\text{-}\)as geldt \(x=0\text{,}\) 1p opgave 2Gegeven is de lijn \(l{:}\,9x+7y=1\text{.}\) 1p Onderzoek of het punt \(A(6, -7\frac{4}{7})\) op \(l\) ligt. LigtPuntOpLijn 00bj - De vergelijking van een lijn - basis - basis - 1ms ○ \(A(6, -7\frac{4}{7})\) invullen geeft \(9⋅6+7⋅-7\frac{4}{7}=1=1\) 1p opgave 3Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,-2x-5y=7\text{.}\) 1p Maak de variabele \(y\) vrij. VariabeleVrijmaken 00bm - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms ○ Herleiden geeft 1p opgave 4Gegeven is de lijn \(l{:}\,ax-9y=-50\text{.}\) 2p Voor welke \(a\) gaat \(l\) door het punt \(A(-7, 4)\text{?}\) CoefficientBijGegevenPunt (1) 00nj - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 1ms ○ \(\begin{rcases}ax-9y=-50 \\ \text{door }A(-7, 4)\end{rcases}\begin{matrix}a⋅-7-9⋅4=-50\end{matrix}\) 1p ○ \(-7a-36=-50\) 1p opgave 5Gegeven is de vergelijking \(l{:}\,-5x-8y=-9\text{.}\) 2p Bereken de richtingscoëfficiënt van de lijn \(l\text{.}\) RichtingscoefficientBerekenen 00nl - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms ○ Herleiden naar \(y=ax+b\) geeft 1p ○ Dus \(\text{rc}_l=-\frac{5}{8}\text{.}\) 1p opgave 6Gegeven is de lijn \(l{:}\,-7x+4y=-14\text{.}\) 3p Teken de grafiek van \(l\text{.}\) Tekenen 00nm - De vergelijking van een lijn - basis - eind - 1ms ○
1p ○ 2p |
||||||
| havo wiskunde B | 7.1 Lijnen en hoeken | |||||
opgave 1Gegeven is de formule \(l{:}\,y=4x-\frac{3}{4}\text{.}\) 2p Schrijf de formule in de vorm \(ax+by=c\) met \(a\text{,}\) \(b\) en \(c\) gehele getallen. FormuleNaarVergelijking 00bn - De vergelijking van een lijn - basis - midden - 1ms ○ Uit \(y=4x-\frac{3}{4}\) volgt \(-4x+y=-\frac{3}{4}\text{.}\) 1p ○ Vermenigvuldigen met \(-4\) geeft 1p |