Getal & Ruimte (12e editie) - havo wiskunde A
'Verhoudingen'.
| havo wiskunde A | 1.1 Rekenen met procenten en verhoudingen | |||||||||||
opgave 1In een museum zijn er \(2\) schilderijen per \(9\) beelden. Er zijn in totaal \(14\) schilderijen. 3p Hoeveel beelden zijn er in totaal? VerhoudingTweeGroepen 003l - Verhoudingen - gevorderd - basis - 2ms ○ Er zijn \(2\) delen schilderij, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {14 \over 2} = 7 \text{ } \text{kunstwerken} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(9\) delen beeld, dus in totaal zijn er 1p opgave 2De verhouding tussen vwo-ers, havisten en vmbo-ers op een scholengemeenschap is gelijk aan \(7 : 3 : 5 \text{.}\) Er zijn in totaal \(210\) leerlingen. 3p Hoeveel vmbo-ers zijn er meer dan havisten? VerhoudingDrieGroepen 003m - Verhoudingen - gevorderd - midden - 6ms ○ In totaal zijn er \(7 + 3 + 5 = 15\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {210 \over 15} = 14 \text{ } \text{leerlingen} \text{.}\) 1p ○ Het verschil tussen vmbo-ers en havisten is \((5 - 3) = 2\) delen, dus er zijn 1p opgave 3De verhouding tussen naslagwerken en romans in een bibliotheek is gelijk aan \(3 : 4\) en de verhouding tussen naslagwerken en kinderboeken is \(5 : 7 \text{.}\) Er zijn \(35\) meer romans dan naslagwerken. 4p Hoeveel boeken zijn er in totaal? VerhoudingTweeKeerTweeGroepen 003n - Verhoudingen - gevorderd - eind - 2ms ○
1p ○ Het verschil tussen romans en naslagwerken is \((20 - 15) = 5\) delen, dus 1p ○ Dus \(1 \text{ deel} = {35 \over 5} = 7 \text{ } \text{boeken} \text{.}\) 1p ○ Er zijn \(20 + 15 + 21 = 56\) delen, dus in totaal zijn er 1p |